Baarle betekenis & definitie

Baarle (Casper van) of Baerle, meer bekend onder den naam van Casparus Barlaeus,

een Nederlandsch dichter en een boezemvriend van P.C. Hooft, werd geboren te Antwerpen, waar zijn vader griffier was, op den 12sten Februarij 1584. Hij studeerde te Leiden in de the­ologie en werd in 1608 beroepen te Nieuwe Tonge op het eiland Over-Flakkee. In 1612 ontving hij eene benoeming tot onderregent van het Staten-collegie te Leiden, en in 1617 eene tot hoogleeraar in de logica aldaar. In den hevigen strijd van die dagen koos hij de zijde der Remonstranten en woonde als toe­hoorder de vergaderingen bij der Synode te Dordrecht. In Februarij 1619 keerde hij naar zijne académiestad terug, maar na de veroordeeling der Remonstranten zag hij zich van zijn ambt ontzet. Nu legde hij zich toe op de geneeskunde, en werd te Caen tot doc­tor in die wetenschap bevorderd. Er zijn geene berigten, dat hij zich met de practjjk heeft bemoeid, maar wél weet men, dat hij te Leiden bij voortduring les gaf in de wijsbe­geerte.

In 1631 brak een beter tijdperk voor hem aan; hij werd toen benoemd tot hoogleeraar in de wijsbegeerte en welsprekendheid aan de pas-opgerigte kweekschool te Amsterdam. Hij was nu met ijver werkzaam en genoot de algemeene achting, en onderscheidene voor­treffelijke Latijnsche gedichten zijn er door hem vervaardigd en uitgegeven. Nadat hij bij herhaling geleden had aan eene gewel­dige zwaarmoedigheid, overleed hij op den 14den Januarij 1648. Hjj was een boezemvriend van Hooft, zooals uit de nagelaten brieven van dezen duidelijk blijkt. Naast elkander rusten de beide vrienden in de Nieuwe Kerk te Amsterdam, en op zijn graf plaatste Von­del de woorden: Hier sluimert Baerle neffens Hooft, Geen zerk hun glans noch vriendschap dooft.

De belangrijkste geschriften van van Baarle zijn: “Poemata,” — “Elegiarum libri,” — “Dissertatio de bono Principe,” — “Medica Hospes”, — voorts eenige Latijnsche rede­voeringen en brieven.

Laatst bijgewerkt 19-03-2018