meest betekenis & definitie

meest - Bijwoord
1. meestal

meest - Onbepaald hoofdtelwoord
1. overtreffende trap van veel: in de hoogstemate of aard, het grootst in aantal of hoeveelheid

meest - Bijvoeglijk naamwoord
1. onverbogen vorm van de overtreffende trap van veel

Uitdrukkingen en gezegden
♦ Een mens lijdt dikwijls het meest door het lijden dat hij vreest