Wat is de betekenis van meest?

2019
2021-11-29
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

meest

meest - Bijwoord 1. meestal meest - Onbepaald hoofdtelwoord 1. overtreffende trap van veel: in de hoogstemate of aard, het grootst in aantal of hoeveelheid meest - Bijvoeglijk naamwoord 1. onverbogen vorm van de overtreffende trap van veel Uitdrukkingen en gezegden ♦ Een men...

Lees verder
2018
2021-11-29
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

meest

meest - telwoord 1. het grootste aantal of het grootste deel ♢wie van jullie heeft de meeste tienen gehaald dit jaar? 2. het grootste aantal ♢de meeste mensen waren te laat 3. m...

Lees verder
1973
2021-11-29
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

meest

I. bn., 1. overtreffende trap van veel: in toepassing op het grootste deel van een geheel: zijn meeste geld verdiende hij als directeur; (gew.) om ter -, om het meeste; 2. de grootste hoeveelheid uitmakend: het meeste verdriet ondervond hij van zijn zoon; in vaste verbinding vrijwel gelijk met groot of veel: met de meeste hoogachting verblijf ik,...

Lees verder
1952
2021-11-29
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Meest

adv., meast.

1950
2021-11-29
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Meest

I. bn., 1. (gew.) grootst, gewichtigst, voornaamst; — (Zuidn.) de meeste van heel de hoop, de grootste van gestalte. 2. in toepassing op het grootste deel van een geheel: zijn meeste geld verdiende hij als directeur; 3. de grootste hoeveelheid uitmakende: met de meeste belangstelling. 4. het grootste deel van een aantal,...

Lees verder
1937
2021-11-29
Koenen

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

meest

onbep. telw. en bw.; overtreffende trap van veel: de meeste tijd is hij op reis; de meest mogelijke haast; het meest bedorven kind.