Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

Gepubliceerd op 13-11-2017

dwaas

betekenis & definitie

dwaas - Zelfstandignaamwoord
1. (scheldwoord) iemand die onverstandig denkt en/of handelt
De dwaas maakte veel lawaai op de markt

dwaas - Bijvoeglijk naamwoord
1. onverstandig, gek
De dwaze man deed veel onverstandige dingen zoals schelden tegen de politieagent.

Synoniemen
idioot, malloot, oelewapper, gek

Antoniemen
verstandig, wijs

Bronvermelding