bouwwerk betekenis & definitie

bouwwerk - Zelfstandignaamwoord
1. een constructie van enige omvang die verbonden is met de grond en waarin men kan wonen of werken
De Branchevereniging van architectenbureaus heeft de ondergrondse parkeergarage in Katwijk aan Zee uitgeroepen tot Beste Gebouw van het Jaar. Het bouwwerk, bijna onzichtbaar in de duinen, staat volgens de jury „in de nieuwe Nederlandse traditie om te ‘bouwen met natuur’ als antwoord op de stijgende zeespiegel en een kwaliteitsrijke kust”.

Woordherkomst
samenstelling van bouw en werk

Synoniemen
gebouw

Verwante begrippen
perceel, constructie, bouwsel