Gepubliceerd op 14-03-2021

Wilna

betekenis & definitie

west-russisch gouvernement, tusschen de Oostzee, Pruisen en Polen, 42.530 km.2 groot en in 1897: 1.591.912 inw. (15% Joden); voornaamste rivieren: de Duna, Kiemen, Beresina, Windau en Dange; vele meren; klimaat gematigd; de korte winters zijn zeer streng; hoofdmiddelen van bestaan: landbouw, veeteelt en bijenteelt. De bosschen leveren veel en goed hout op.

W., de hoofdstad, aan de Wilija, heeft twee groote voorsteden, is versterkt en telde 1897: 159.568 inw. W. is de zetel van den stadhouder, heeft 40 kerken, een mohammedaansch bedehuis, een synagoge, hospitalen, een medisch-chirurgisclie en een theologische r.-kath. academie. De handel is er vrij levendig. De in 1576 opgerichte universiteit is in 1831 opgeheven. W. was een der heilige steden van het slawische heidendom, werd in 1305 tot stad verheven en was de residentie der hertogen van Litauen. Bij de verdeeling van Polen in 1795 kwam W. onder Rusland en werd in 1796 hoofdstad van het gouvernement W.