Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 13-09-2018

2018-09-13

Inhalig

betekenis & definitie

INHALIG, bn. (-er, -st), van elke gelegenheid gebruik makende om zooveel mogelijk te bemachtigen; hebzuchtig, schraapzuchtig; vrekkig. INHALIGHEID. v. hebzucht, schraapzucht.