Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 12-09-2018

2018-09-12

Heerleger

betekenis & definitie

HEERLEGER, ook HEIRLEGER, o. (-s), groot leger, legermacht;

— (fig.) groote menigte: een heerleger van sterren, van sprinkhanen.