Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 12-09-2018

2018-09-12

Harten

betekenis & definitie

HARTEN, o. mv. benaming van eene der vier kleuren in het kaartspel, voorgesteld door eene roodgekleurde hartvormige figuur: harten troef maken; eene solo in de harten; het aas van harten;

— in samenst. ter aanduiding van de verschillende kaarten van die kleur: harlenaas, hartentwee, hartendrie enz. tot hartentien, hartenboer, hartenvrouw, hartenheer;
— een hartenblad (of -blaadje), een kaarteblad van harten;
— eene harienkaart in de hand hebben, een spel waarvan de kracht in de harten ligt