Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 06-09-2018

2018-09-06

Gladdig

betekenis & definitie

GLADDIG, bn. tamelijk glad ‘t is gladdig op straat. GLADDIGHEID, v. gladheid, inz. wanneer het geijzeld heeft: veel menschen vielen door de gladdigheid (der straten);

— onbehaardheid;
— welbespraaktheid.