Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 02-12-2018

Tamelijk

betekenis & definitie

Tamelijk - bn. bw. middelmatig, redelijk, vrij goed : dat is tamelijk goed bewerkt; de zieke is tamelijk wel; een tamelijk vermogen; tamelijk veel omstanders;

— billijk: dat is een tamelijke prijs.