Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Gepubliceerd op 01-01-2021

Tanden

betekenis & definitie

I. TANDEN

(tandde, heeft getand),

1. tanden in iets maken, (iets) van tanden voorzien : een rad tanden;
2. (van een zaag) scherpen;
3. houtoppervlakten met de tandschaaf van fijne ribbetjes voorzien.

II. TANDEN (tandde, heeft getand), tanden krijgen.

< >