Definities van Groot woordenboek der Nederlandse taal in de Ensie A
- Alomtegenwoordig
- Alomtegenwoordigheid
- Alomvattend
- Alomvattendheid
- Alone, alone, all, all alone. alone on a wide, wide sea !
- Aloud
- Aloudheid
- Alp
- Alpaca
- Alpacawol
- Alpen
- Alpen.stok
- Alpenbes
- Alpenbloem
- Alpenclub
- Alpendal
- Alpenflora
- Alpengebied
- Alpengids
- Alpengloeien
- Alpenhaas
- Alpenherder
- Alpenhooi
- Alpenhoorn
- Alpenhut
- Alpenjager
- Alpenkauw
- Alpenklokje
- Alpenmeer
- Alpenmutsje
- Alpenpas
- Alpenplant
- Alpenroos
- Alpensla
- Alpenspoorweg
- Alpentoerisme
- Alpentop
- Alpenviooltje
- Alpenwatersalamander
- Alpenweide
- Alpha
- Alpha et omega
- Alphastralen
- Alpheus
- Alphons(us)
- Alpine
- Alpinisme
- Alpinist
- Alpinistenclub
- Alpino
- Alras
- Alree
- Alregeerder
- Alruin
- Alruinwortel
- Als
- Alschoon
- Alsdan
- Alsem
- Alsemachtig
- Alsemaftreksel
- Alsembeker
- Alsembier
- Alsembitter
- Alsemdrank
- Alsemdronk
- Alsemdruppel
- Alsemkelk
- Alsemknop
- Alsemkruid
- Alsemsap
- Alsemsmaak
- Alsemwijn
- Alsemzuur
- Alsmede
- Alsnog
- Alsnu
- Alsof
- Alsook
- Alstoen
- Alstof
- Alstublieft
- Alt
- Alta alatis patent
- Alta mente repostum
- Altaar
- Altaarbediening
- Altaarbel
- Altaarblad
- Altaarboek
- Altaardienaar
- Altaardienst
- Altaardoek
- Altaardwaal
- Altaargave
- Altaargeheim
- Altaargeheimenis
- Altaargereedschap
- Altaargewaad
- Altaarhemel