Van Alexander tot Zeus

Door Eric Moormann & Wilfried Uitterhoeve

Gepubliceerd op 08-03-2017

Marsyas

betekenis & definitie

Marsyas was een satyr uit Phrygië. Volgens sommigen was hij de uitvinder van de fluit, anderen noemen Hermes als zodanig. De meeste mythografen, onder wie Ovidius in de Fasti, vertellen dat Athena de fluit uitvond, maar dat ze, toen ze erop speelde, bemerkte of van anderen te horen kreeg dat haar gezicht daarbij in een lelijke grimas vertrok. Ze wierp het instrument woedend weg, op voorhand iedereen vervloekend die het zou oprapen en bespelen. En dit zou het ongelukkige lot van de vinder, Marsyas, verklaren.

Marsyas waagt het de lierspelende Apollo uit te dagen tot een muzikale tweestrijd. Apollo neemt de uitdaging aan, op voorwaarde dat de winnaar naar goeddunken met de verliezer zal mogen omspringen. De god treedt als winnaar uit de door Athena zelf of de Muzen gepresideerde strijd, mede omdat hij zijn lier ook kan bespelen als hij hem ondersteboven houdt, terwijl Marsyas dat met zijn fluit niet kan. Apollo bindt Marsyas aan een boom en vilt hem of laat hem villen door een Skyth.

Het verhaal van Marsyas versus Apollo, met als dragende elementen de hybris van Marsyas en de tegenstelling tussen het dionysische, passionerende van de fluit en het harmonische van de apol-linische lier, is in de oudheid beschreven door Herodotos, Ovidius, Hyginus en Ploutarchos.

Marsyas is in de beeldende kunst van de oudheid aan te treffen vanaf de 5e eeuw v.C. Hij is als halfdierlijke satyr herkenbaar aan de oren van een bok, een mager en wat schonkig lichaam en een korte staart vlak boven het zitvlak. Rond 450 vervaardigt Myron een dankzij kopieën in mar-mer bekende bronzen groep, waarin de godin Athena haar afgrijzen uitdrukt door terug te dein-zen voor de op de grond liggende fluiten en de satyr met zijn paardenstaart aanstalten maakt ze op te rapen. De gruwelijke bestraffing door Apollo is rond 200 v.C. voorgesteld in een uiterst realistische beeldengroep uit Klein-Azië: een Skyth grijpt een mes om de aan een boom hangende Marsyas te gaan villen. Vermoedelijk was een zittende Apollo aan de twee toegevoegd. Zulke voorstellingen geven de kunstenaar gelegenheid smart, emotie en anatomische kennis (gespannen spieren van de hangende Marsyas) te laten zien. De Skyth en Marsyas zijn in kopieën, eenmaal de satyr zelfs in rood marmer, bewaard gebleven. Voorts vinden we het verhaal op wandschilderingen en sarcofagen uit de Romeinse tijd.

Het villen van Marsyas is voor de Florentijnse humanisten zinnebeeld van de bevrijdende blootlegging van het zuivere innerlijk, de ziel. Dit thema komt dan ook, vaak in combinatie met het Midas-oordeel, voor in de beeldende kunst van het Cinquecento: bijvoorbeeld op fresco’s van Rafaël 1508 in de Stanza della Segnatura van het Vaticaan te Rome, Peruzzi 1511-12 in de Villa Farnesina te Rome en Giulio Romano ca. 1530 in het Palazzo del Te te Mantua, en op schilderijen van Bronzino ca. 1531-32, in een reeks met de aan de bestraffing voorafgaande scènes, en Titiaan ca. 1570-75. Meer weerklank nog is er in de barok. Vooral in Spanje en Italië gold de hoogst gruwelijke straf als een exempel van de bestraffing die volgt op hoogmoed tegenover God: Guercino 1618, twee werken van Reni 1618-19, Ribera o.m. 1637 (behalve in San Martino ook in de Kon. Musea voor Schone Kunsten Brussel), Pietro da Cortona 1645-61 en Velázquez ca. 1659. In de Lage Landen is de bestraffing afgebeeld door o.a. Cornelis van Haarlem ca. 1588 en Jordaens ca. 1620, in Frankrijk door Poussin ca. 1626 en Lorrain 1639-40. In een ander schilderij van Jordaens, ca. 1640 (Galerij Prins Willem v, Buitenhof Den Haag) wordt getoond hoe de Muzen Marsyas be-spotten. De tweestrijd zelf wordt uitgebeeld door o.a. Perugino ca. 1495 en Tintoretto ca. 1545.

In de dichtkunst van het fin de siècle is er betrek-kelijk veel aandacht voor het Marsyas-thema: Heredia 1888, Régnier 1902, D’Annunzio 1903, Sassoon 1909. Claus heeft de satyr in het gedicht ‘Marsua’ in de Oostakkerse gedichten 1955 ge-schetst. Diepenbrock schreef in 1910 muziek bij een toneelstuk van Verhagen.