Van Alexander tot Zeus

Door Eric Moormann & Wilfried Uitterhoeve

Gepubliceerd op 08-03-2017

Adonis

betekenis & definitie

Adonis was de zoon van Theias en diens dochter Myrrha. De Kyprische of Klein-Aziatische koning Theias (of Kinyras) had gesnoefd dat zijn dochter Myrrha (of Smyrna) mooier was dan Aphrodite zelf. De godin wreekte zich door Myrrha een onweerstaanbaar verlangen naar haar vader in te geven. Onder bescherming van de duisternis sliep Myrrha twaalf nachten achtereen met haar vader. Toen de vader dit ontdekte, achtervolgde hij zijn dochter teneinde haar om te brengen. Ze riep de hulp in van de goden, die haar in een mirreboom veranderden. Na negen maanden barstte de schors en kwam Adonis ter wereld.

Aphrodite, getroffen door de schoonheid van het kind, ontfermde zich erover en vertrouwde het tijdelijk toe aan de godin van de onderwereld, Persephone. Maar Persephone, op haar beurt gegrepen door de schoonheid van Adonis, weigerde hem later weer aan Aphrodite af te staan. Zeus of Kalliope en Orpheus moesten arbitreren en beslisten dat Adonis een derde van het jaar zou verblijven bij Aphrodite, een derde bij Perse-phone, en een derde op zichzelf zou staan. Aphro-dite kon Adonis er echter toe verleiden twee derde van het jaar bij haar te verblijven, dit tot ontstemming van Persephone. Later verloor Aphrodite haar geliefde tijdens de jacht op een everzwijn.

Deze mythe heeft in de literatuur – Hesiodos, Sappho, Theokritos, Hyginus, Apollodoros en Ovidius – veel variaties en uitbreidingen ondergaan, met name inzake de doodsoorzaak. De dood van Adonis zou veroorzaakt zijn door de woedende Persephone. Het kan ook Ares zijn geweest, de jaloerse minnaar van Aphrodite, die Adonis zou hebben gedood en daartoe de gestalte van een everzwijn zou hebben aangenomen. Volgens anderen was het een wraakactie van Artemis – een verklaring wordt niet gegeven – dan wel van Apollo. Deze laatste zou zich aldus heb-ben willen wreken op Aphrodite, die zijn zoon Erymanthos met blindheid had geslagen omdat deze zijn blik had laten rusten op de badende godin. Over het lot van Adonis na zijn overlijden gaat nog het verhaal dat hij van Persephone gedaan kreeg dat hij ieder jaar een halfjaar in de onderwereld zou verblijven en een halfjaar bij Aphrodite. Als teken van haar rouw liet Aphrodite uit de bloeddruppels van Adonis rode bloemen spruiten.

Adonis gold in de antieke cultuur als het symbool van de lente, waarin de vegetatie tot snelle bloei geraakt om in de zomerhitte te sterven.

De meest uitvoerige vertelling van de geschiedenis van Adonis geeft Ovidius. De dichter voegt er de inventie aan toe dat de passie van Aphrodite voor Adonis te wijten was aan het feit dat zij geschramd was door een pijl van haar zoontje Eros. De Griekse dichter Bion van Smyrna (ca. 100 v.C.) beschrijft in Grafschrift op Adonis, een voor declamatie bestemde klaagzang, hoe de godin naar de stervende Adonis ijlt en jammert bij het lijk in aanwezigheid van enige Eroten. Dit gedicht vol oriëntaalse invloeden (met name de symboliek van het sterven in de natuur) vindt navolging in de Romeinse literatuur (onder meer Ovidius) en in de renaissance. Ook zijn er gedichten van Sappho en Theokritos.

Vanaf de 5e eeuw v.C. treffen we Adonis op Griekse vazen aan in gezelschap van Aphrodite. Vanaf de 4e eeuw v.C. wordt het Zeus-oordeel in beeld gebracht, vooral op Zuid-Italische vazen en op Etruskische spiegels. In de Romeinse kunst komen de scènes van de dodelijke verwonding van Adonis door een everzwijn en de bewening door Aphrodite vaak voor op wandschilderingen in Pompeii en op sarcofagen.

De geboorte van Adonis uit de mirreboom wordt in de latere tijd incidenteel uitgebeeld in de schilderkunst vanaf ca. 1500: bijv. Luini ca. 1510 en een schilder uit de school van Giorgone, eveneens begin 16e eeuw. Regelmatig komt het thema voor op Italiaanse geboorteschalen uit de 15e en 16e eeuw. De dood van Adonis en de bewening door Aphrodite naar Bion zijn geschilderd door o.a. Sebastiano del Piombo ca. 1512, Rosso Fiorentino tussen 1534 en 1537 in Fontainebleau, Frans Floris ca. 1550 (Mauritshuis Den Haag), Rubens ca. 1601 en ca. 1614, Poussin ca. 1627-30, Ribera 1637 en Holsteijn ca. 1647 (Frans Hals Museum Haarlem). Verscheidene schilders stellen het tweetal voor als minnekozend paar, waarbij de dood van Adonis soms op de achtergrond te zien is: bijv. Titiaan 1533, Paolo Veronese driemaal ca. 1580, Heintz ca. 1600, Cornelis van Haarlem achtmaal tussen 1600 en 1630, Goltzius 1614, Backer ca. 1645-50, F. Bol viermaal o.m. ca. 1658 en Du Jardin ca. 1670 (Galerij Prins Willem v, Buitenhof Den Haag). In een fresco van Giulio Romano 1528 in het Palazzo del Te te Mantua drijft Ares het paar uiteen.

Titiaan beeldt in 1554 uit hoe Adonis op jacht wil gaan en zich moet losmaken van een weerstrevende Aphrodite. Deze inventie is mogelijk een vrije uitwerking van de waarschuwende woorden die, naar Ovidius meedeelt, Aphrodite tot Adonis richt als deze op jacht wil gaan. Dit schilderij staat aan het begin van een lange reeks, van Veronese ca. 1560 en Annibale Carracci ca. 1588-89 tot Prud’hon 1810. In de Lage Landen – waar het verhaal meestal wordt gehanteerd als waarschuwing tegen de jeugdige vermetelheid waarvan Adonis hier het slachtoffer wordt – zijn er schilderijen van Spranger ca. 1585-90 (Rijksmuseum Amsterdam), Rubens ca. 1610 en ca. 1635, Moreelse 1614, A. Bloemaert 1632, Honthorst 1641 en F. Bol onder meer ca. 1658 (Rijksmuseum Amsterdam).

In de beeldhouwkunst is het thema van de stervende Adonis toegepast door onder anderen Thorwaldsen 1832 en Rodin 1893. Dezelfde Rodin vervaardigde in 1892 een beeld van Aphrodite en Adonis, daarin voorgegaan door o.m. Canova 1794.

De vertelling van Ovidius is in later tijd niet alleen uitgangspunt voor de beeldende kunst, maar ook voor de literatuur. Jean de Meun doet in zijn Roman de la rose (ca. 1275) verslag van de vergeefse waarschuwing aan en het overlijden van Adonis. De jongeman is een veelvoorkomende figuur in de dichtkunst van de renaissance en de barok: o.m. een pastoraal epos van Marino 1623, een galant gedicht van La Fontaine 1669 en het lange gedicht Venus and Adonis van Shakespeare 1593 (Adonis als kuise en voor de liefde nog niet rijpe jongeling, naar wiens gunsten vergeefs wordt gedongen door een verliefde vrouw). Gedichten van Shelley (een Bion-vertaling 1816; Adonais [met gegevens uit Bion, Moschos en Milton] 1821 als elegie op de dood van Keats) en verwijzingen naar Adonis in Endymion (1817) van Keats staan aan het begin van een herleving van de Adonis-stof in de dichtkunst: Wordsworth 1842, Browning 1845, Leconte de Lisle 1852 en 1884, D’Annunzio 1894 en vele anderen. Het verhaal is ook onderwerp van een aantal opera’s in de 17e eeuw: Peri/Cicognini 1620, Manelli/Vendramin 1639 (vaak aan Monteverdi toegeschreven) en een van de eerste Engelse opera’s, een ‘masque’ van John Blow 1684. In The Rake’s Progress van Strawinsky/Auden & Kallman 1951 beeldt Tom Rakewell zich in dat hij Adonis is en wacht hij op het bezoek van Venus. Het Adonis-verhaal was een geliefd onderwerp voor hoofse balletten. Zo schreef Lalande ca. 1797 een ballet voor het hof van Versailles, Zenger 1881 een ballet voor een privé-uitvoering voor Ludwig ii van Beieren. Een eenakter-opera van Henze 1997 gaat terug op de versie waarin Adonis sterft door toedoen van Ares.

Couperus schreef enkele verhalen over Adonis, 1904, 1906, 1911, en Alfieri schreef een tragedie Mirra over de incest van Adonis’ moeder.