Tennis betekenis & definitie

Het is nauwelijks voor te stellen, maar tennis – die wereldsport waar miljoenen euro’s in omgaan – stamt af van een kinderlijk eenvoudig spelletje uit de Middeleeuwen: jeu de paume. Bij dit ‘spel van de palm’, in de 11de of 12de eeuw in Frankrijk ontstaan, was het de bedoeling om een bal met de palm van de hand te slaan. Waarmee de handpalm dus eigenlijk de voorloper is van het moderne tennisracket. Het woord racket is dan ook afgeleid van het Arabische woord voor handpalm: raha.

Jeu de paume werd aanvankelijk buiten gespeeld, vooral in omsloten ruimten als binnenplaatsen en kloosters. Het spel was enorm geliefd bij de geestelijkheid, zo zeer zelfs dat de ontstemde aartsbisschop van Rouen in 1245 priesters verbood te spelen. In adellijke kringen was het eveneens een populair tijdverdrijf. Koning Lodewijk X moest het zelfs met zijn leven bekopen: hij stierf in 1316 aan een verkoudheid, opgelopen tijdens een potje jeu de paume in het bos van Vincennes.

Het spel verspreidde zich in de 14de eeuw naar landen als Italië, Engeland, Spanje, Duitsland en Nederland, waar het aanleiding gaf tot het nog steeds beoefende kaatsen. In Italië kwam men op het idee om met een handschoen te spelen: niet alleen ter bescherming, maar ook omdat de bal er harder mee kon worden geslagen. De volgende ontwikkeling was het bevestigen van leren snoeren tussen de vingers van de handschoen, waarmee de speelhand feitelijk een soort racket werd. Het eerste echte racket was een slaghout met kort handvat, gevolgd door een met perkament bedekt houten frame met lange steel. Rond 1500 kwamen de eerste met snaren bespannen rackets in omloop. De snaren – gemaakt van schapendarm – waren toen echter nog diagonaal gespannen.

In Frankrijk was inmiddels ook een indoorvariant in zwang geraakt: jeu de court paume. De eerste binnenbaan werd zover bekend in 1368 door Karel V in het Louvre aangelegd. Er zouden er velen volgen: rond 1600 waren er alleen al in Parijs honderden indoorbanen, want ook het gewone volk raakte verslingerd aan het palmballen.

In Engeland noemde men het indoorspel real tennis. Niet omdat dit het ‘echte’ tennis was, maar simpelweg omdat het vooral een koninklijke bezigheid was. Real betekent hier royal, net als bij een aantal Spaanse voetbalclubs. Denk maar aan ‘De Koninklijke’ uit Madrid (Real Madrid). Uit het real tennis – dat overigens net als jeu de paume nog steeds wordt gespeeld – ontstond in de loop van de 19de eeuw lawn tennis. Dit tennis op gras verschilde nauwelijks van het huidige spel.

Blijft echter de vraag hoe de Engelsen aan het woord tennis kwamen. De meest geaccepteerde theorie is dat ‘tennis’ een verbastering is van tenez, de vermoedelijke kreet waarmee Franse jeu de paume-spelers hun opslag aankondigden. In deze context betekent het zoiets als ‘Daar komt-ie’. Behalve het spel reisde ook deze uitroep over Het Kanaal. De Engelsen – destijds al geen helden op het gebied van vreemde talen – maakten er na verloop van tijd ‘tennis’ van, de naam die uiteindelijk wereldwijd zou worden overgenomen.

Er wordt nog wel eens geopperd dat het woord tennis is afgeleid van Tinnis, een oude Egyptische stad die bekend stond om de productie van linnen. Dat werd weer gebruikt voor het opvullen van tennisballen… Een aardig verhaal, maar waarschijnlijk niet meer dan een broodje aap.