riesling betekenis & definitie

Riesling is waarschijnlijk de bekendste witte druif van Duitsland en de Elzas. De rieslingdruif is laat rijpend en houdt van koelere klimaten. Het ras heeft een hoge natuurlijke zuurgraad, wat zijn wijn goede bewaarmogelijkheden geeft. De oudste, nog drinkbare, wijnen ter wereld zijn afkomstig van dit ras.

Riesling staat bekend als een van de beste witte druivenrassen en wordt een edel ras genoemd.
Er zijn veel verschillende types: van beendroog, fris en jong drinkbaar, tot extreem zoet. Het ras is geschikt voor droge en fruitige wijnen. Maar de grote bekendheid is te danken aan de zoete wijnen.

Riesling rijpt laat, de druiven worden pas eind september of begin oktober geoogst. Soms nog veel later, voor bijvoorbeeld Eiswein. Rijpe druiven hebben een goudgele kleur met kleine vlekjes op de schil.

De wijn is laag in alcohol, heeft veel fruit (appel) en geeft makkelijk het karakter van het terroir door. In jonge Riesling zijn aroma's en smaken van citrus, bloemen en mineralige, droge tonen te vinden. De edelzoete wijnen zijn complex: honing, tropisch fruit, bloemen, met altijd een verfrissend zuurtje op de achtergrond.

Goût de pétrole (smaak / geur van petroleum) is kenmerkend voor sommige wijn van de rieslingdruif. Waarschijnlijk heeft goût de pétrole niets te maken met terroir of vinificatie. Het verschijnsel lijkt vooral voor te komen bij wijn van druiven uit warme jaren, met een heftige persing. Goût de pétrole is vooral terug te vinden in rijpere wijn en wijn uit de Nieuwe Wereld.

De druif staat voornamelijk aangeplant in Duitsland en de Elzas. Maar ook in Noord-Italië, Luxemburg, Australië en de Verenigde Staten groeit riesling. Het aantal plekken waar riesling te vinden is neemt tegenwoordig toe.

Droge rieslingwijn past goed bij zuurkool en gevogelte, de lichtzoete bij pittig en de edelzoete varianten bij desserts.

Laatst bijgewerkt 03-02-2015