Eb betekenis & definitie

Eb is de getijdenperiode waarin het wateroppervlak daalt, en het ontstaat onder invloed van de zwaartekracht van de maan. Bij eb raken de hoger gelegen gedeeltes aan de kust droog en is er dus meer strand te zien.

Bij laagwater in de Waddenzee komen zandplaten droog te liggen en hierdoor kan men wadlopen. De Middellandse Zee heeft nauwelijks een eb- en vloedgetijde, de oorzaak hiervan is de "vernauwing" van de straat van Gibraltar en Tanger. Het getij is hier daarom ongeveer 15 tot 30 centimeter. Het verschil tussen eb en vloed aan de kusten direct bij de oceanen bedraagt zo'n 50 à  100 centimeter. Bij eb droogt het natte zand vlakbij zee op en wordt het strand hard, waardoor men er kan wandelen. Wanneer het strand nog nat is, ziet men vaak ribbels, die ontstaan door golfjes in ondiepe plassen. Soms worden kleine strandmeertjes gevormd, ook wel zwinnen genoemd. Hierin zwemmen jonge visjes, krabben en garnalen. De oostenwind kan ervoor zorgen dat er veel kwallen aanspoelen.

Gepubliceerd op 08-04-2015