Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Gepubliceerd op 17-01-2019

Tijd

betekenis & definitie

Tijd - een, door begrippen niet bepaalbare, vorm der ordening van alle menigvuldigheid, die ons menschen in de waarneming gegeven is. Direct gegeven is ons alleen het nu, het heden; wat wij ons van de tijdreeks herinneren noemen wij: verleden; wat wij verwachten te zullen doorleven: toekomst. Zonder twijfel is de tijdswaarneming der indiv. ziel een product der ervaring. Hoe daar de tijds-voorstelling ontstaat en zich ontwikkelt tot de aanschouwing van een ééndimensionale, continue, homogene, oneindige grootheid, die wij ons symbolisch door het beeld eener rechte lijn voorstellen, — dit onderzoekt de Psychologie.

Deze gaat echter hierbij veelal uit van de opvatting, dat de tijd iets reëels is, onafhankelijk van ons kennen als de bepaaldheid eener objectief in de ruimte voorhanden beweging existeerend, en tracht dan, de psychol. oorspronkelijkheid en onafleidbaarheid van den tijd ontkennend, het tijdsbewustzijn empirisch uit op zichzelf niet tijdelijke gewaarwordingen te verklaren. Zoo ziet b.v. Wundt in de tijdsvoorstelling een product der samensmelting van eenerzijds gehoor- en tastgewaarwordingen en anderzijds begeleidende gevoelens van spanning bij de verwachting van het komende en opheffing der spanning bij het intreden van het verwachte. Maar in de verwachting zit de tijdsrelatie al in. De schatting der tijdsverhoudingen (gelijktijdigheid, duur, tusschenruimten, enz.) geschiedt in het individu door velerlei ervaringen en herinneringen, is subjectief bepaald en zeer onzeker. Van groote beteekenis is hier: de belangstelling in den inhoud van het doorleefde en de menigte en veelvuldigheid der afzonderlijke doorlevingen. Derhalve kan dezelfde tijdsduur korter of langer schijnen.

Zoo moest zich de behoefte aan een objectieven maatstaf al vroeg doen gelden. Het objectieve meten van den tijd kan slechts geschieden met behulp van de ruimte en de beweging, en door het getal. Een steeds verifieerbare grootte is de „dag”, de tijd van de as-wenteling der aarde, de meestgelijkvormige beweging, die wij kennen. Uit deze maat worden alle andere maten afgeleid. Door den chronoskoop kan men zelfs het 1.000.000ste deel eener seconde bepalen. Het begrip van den absoluten tijd met zijn bovengenoemde eigenschappen is het product eener noodwendige, wetenschappelijke idealiscering, een mathematische abstractie. (Zie TIJDMETING).