Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Gepubliceerd op 27-06-2020

keizer

betekenis & definitie

[→Lat. caesar, titel van de Romeinse imperators], m. (-s),

1. hoogste vorstelijke waardigheid en titel (e);
2. gaan waar de — te voet gaat, naar het toilet gaan;
3. waar niets is, verliest de — zijn recht, van wie niets heeft, valt niets te vorderen; spelen, vechten om ’s keizers baard, vechten of spelen om niets;
4. (hist.) beschermheer van een rederijkerskamer;
5. (bij de schuttersgilden) iemand die twee of drie keer de koningsvogel heeft af geschoten;
6. loper, sleutel die op vele sloten past.

(e) De titel van caesar werd vanaf 27 v.C. gedragen door de Romeinse machthebbers. De Germanen gaven de titel keizer aan de imperator van het Romeinse Rijk. In 800 werd de Frankische koning Karel de Grote te Rome door de paus tot keizer gekroond, waardoor zijn rijk naar de vorm de voortzetting werd van het Westromeinse Rijk en naar de inhoud aanspraak kon maken op universele macht binnen de Latijnse christelijke wereld, die onder zijn hoede stond. Na de verdeling van het Frankische Rijk, uiteindelijk in twee delen, nl. het koninkrijk Frankrijk en het Duitse Rijk, plachten de koningen van dit laatste, te beginnen in 962 met Otto I de Grote, tevens de waardigheid van keizer te bezitten, nadat zij daartoe door de paus te Rome gekroond waren. Zolang dit niet gebeurd was, droegen zij de titel van Rooms-Koning. De hoofdmomenten van de kroning zijn:

1. de kandidaat legt de eed van trouw aan de Kerk af;
2. vervolgens wordt hij gezalfd op de rechterarm en tussen de schouders;
3. de paus plaatst hem de kroon op het hoofd (voornaamste ceremonie);
4. de paus reikt hem andere onderscheidingstekenen over, b.v. het rijkszwaard.

De laatste keizerskroning in Rome vond plaats in 1452. Karel V werd in 1530 te Bologna door de paus tot keizer gekroond. Daarna eindigde de kroning door de paus en voerde de Duitse koning, als keizer van het Heilige Roomse Rijk, automatisch de titel, tot de opheffing van het oude Duitse Rijk in 1806. Toen Napoleon I in 1804 de keizerstitel aannam, plaatste hijzelf de kroon op zijn hoofd en kroonde vervolgens zijn echtgenote Joséphine.

In de nieuwere geschiedenis is keizer een titel, gedragen door Napoleon I en Napoleon III in Frankrijk, door Maximiliaan in Mexico, door de soevereinen van het Duitse Rijk, Rusland en Oostenrijk. De koning(in) van Groot-Brittannië voerde van 18761947 de titel Keizer(in) van India. De koning van Italië noemde zich van 1935—43 keizer van Abessinië. China was een keizerrijk tot 1912, Ethiopië tot 1974. Japan heeft nog een keizer, evenals de Centraalafrikaanse Republiek, waar president J.B. Bokassa in dec. 1977 zichzelf tot keizer kroonde. LITT: P.E.Schramm, Kaiser, Rom und Renovatio (2 dln. 1929); C.Bouman, Sacring and crowning (1957).