Synoniemen van titel

    • kop
    • waardigheidstitel
2019-12-05

titel

titel: kampioenschap.

2019-12-05

titel

titel - Zelfstandignaamwoord 1. opschrift van een boek of ander document De titel van dit boek is 'Scheikunde voor de leek'. 2. academische of adellijke aanduiding van een persoon Hem werd de titel van 'doctor' verleend. titel - Werkwoord 1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van titelen ♢ Ik titel 2. gebiedende wijs van tite...

2019-12-05

titel

Rechtsverhouding die aan een (eigendoms)overdracht ten grondslag ligt.

2019-12-05

Titel

Reden, juridische grondslag voor de overdracht

2019-12-05

titel

titel - zelfstandig naamwoord uitspraak: ti-tel 1. vetgedrukte regel boven een tekst ♢ welke titel heeft deze tekst? 2. aanduiding die je voor of achter je naam mag zetten ♢ 'jonkheer' en 'ingenieur' zijn titels 3. aanduiding dat je kampioen bent ♢ deze club haalt de wer...

2019-12-05

titel

(de; -s) SP - het recht om zich kam pioen te mogen noemen, syn. kampioenschap: hij verdedigde zijn titel met succes.

2019-12-05

Titel

Titel is de naam van het ambt, de waardigheid of den rang van een persoon. Voorts beteekent titel het opschrift of de naam van een of ander boek, en in regtsgeleerden zin den wettelijken grond, waarop iemand eenig regt wordt toegekend, alsmede het opschrift van een of ander hoofdstuk in de wetboeken.

2019-12-05

Titel

Titel - 1) toevoeging aan iemands naam (baron, doctor, enz.), waarop men aanspraak heeft op grond van geboorte, stand, ambt of promotie. Zie voor de tegenstelling tusschen titel en praedicaat onder ADEL. 2) Opschrift van een boek of hoofdstuk. 3) Onderdeel van een wetboek. 4) Rechtsgrond, in het bijzonder ten aanzien van bezit. Zoo onderscheidt de wet in art. 2000 B. W. ten opzichte van verjaring bezit krachtens wettigen titel (Lat. justo titulo) en bezit zonder titel. Zie ook art. 2004 B. W. (s...

2019-12-05

Titel

Titel - m. (-s), opschrift, benaming op de eerste bladzijde van een boek; Fransche (eig. voorhandsche) titel, het verkorte titelblad waarmede een gedrukt boek aanvangt en dat den volledigen hoofdtitel voorafgaat: — opschrift der afdeelingen in een boek, inz. bij rechtsgeleerden; — (fig.) hetene onder zulk een titel gevonden wordt : rechtsgrond; aanspraak; — benaming, aanduidende eene hooge geboorte of een voornamen stand, eerenaam : een titel voeren. TITELTJE, o. (-s).

2019-12-05

titel

titel - Namen die worden gegeven aan op zichzelf staande werken, verzamelingen werken of reeksen werken, ongeacht het medium.

2019-12-05

Titel

Titel - eerenaam, naam of opschrift van een boek, onderafdeeling van een wetboek ; rechtsgrond.

2019-12-05

titel

titel - m., naam; eernaam; opschrift; afdeeling van een wetboek.

2019-12-05

titel

m. opschrirt, (ambts)benaming; aanspraak, rechtsgrond, recht om Iets te bezitten, te eisen enz.

2019-12-05

Titel

Etiket, waarnaar inhoud beoordeeld wordt.