Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Gepubliceerd op 27-06-2020

jaar

betekenis & definitie

o. (jaren),

1. naam van de tijdruimte waarin de aarde eenmaal haar baan om de zon doorloopt, tijd van twaalf maanden ©; kerkelijk —, de volledige reeks van kerkelijke feestdagen; het — van de Verlossing, het geboortejaar van Jezus Christus, het eerste van de christelijke jaartelling;
2. een bep. kalenderjaar van de christelijke jaartelling: in het — onzes Heren 1089, het zoveelste jaar volgens de christelijke jaartelling; de jaren zestig, het zesde decennium van de bedoelde eeuw (niet: de zestiger jaren); met noemt iets van het — nul als het zeer ouderwets of onbruikbaar is; in het — één, als de beesten spreken of als de uilen preken, nooit; van het jaar, in dit lopende jaar; komend, volgend de wisseling des jaars, het overgaan in een nieuw jaar; elk — op —, ieder jaar; sjaars, per jaar, jaarlijks, over of in de loop van een jaar; sjaars daarop, in het volgende jaar, of: een jaar later; — in — uit, zonder met het jaar te eindigen, steeds doorlopend, een reeks van jaren achter elkaar; het hele — rond, of door, gedurende de gehele duur van een jaar; iets van — tot — uitstellen, steeds, telkens weer; (recht)

en dag, wettige termijn van bezit, verjaringstermijn (oudtijds: een jaar, zes weken en drie dagen); na — en dag op iets terugkomen, zeer lang daarna, wanneer anderen het reeds lang vergeten zijn; sinds en dag, sinds onheuglijke tijd; het wordt van — tot erger, met de loop der jaren; 3. als geheel van opeenvolgende seizoenen, met betrekking tot de temperatuur, de oogst, algemene of bijzondere welvaart enz.: een warm een goed tarwejaar; magere en vette jaren, jaren van tegenspoed en van voorspoed (naar Gen .41,26 —27); een kwaad achter de rug hebben, waarin men met veel tegenspoed, zorg, ziekte enz. te worstelen had;

4. tijdperk als onder

van een willekeurige dag af gerekend: ik heb in dat — veel geleerd; zes — later, na verloop van die tijd; zo iets duurt jaren, vele jaren; in het mv. in het algemeen voor tijd(en): in vroegere jaren;

5. in het bijzonder als eenheid waarmee de (menselijke) levensduur gemeten wordt: in de leeftijd van 76 —; hij is twintig —; een man van mijn jaren, van mijn leeftijd; hij is al op jaren, hij is al oud, al bejaard; zijn jaren hebben, meerderjarig zijn; in zijn jonge jaren, in zijn jeugd; hij is groot voor zijn jaren, zijn leeftijd in aanmerking genomen; hij is zijn jaren vooruit, is boven zijn leeftijd ontwikkeld; beneden, onder de jaren, de gestelde leeftijd nog niet bereikt hebbend; hij heeft de jaren ervoor, hij is er oud genoeg voor; in de bloei van zijn jaren, op jeugdige leeftijd; de jaren des onderscheids, leeftijd waarop men voor zichzelf dient te kunnen oordelen; op jaren komen, langzaam aan oud worden; de last der jaren, van de hoge leeftijd; het verstand komt niet voor de jaren, voor de gestelde leeftijd;
6. als maatstaf van duur in het algemeen: het is nu zes —, zo lang geleden; een vol —; een klein —, bijna een jaar; ik doe het in geen honderd —, nooit; in lange jaren, in zeer lange tijd; om die tijd het genoemde te doen: hij gaat voor een in Parijs studeren;
7. tijd van een cursus, studiejaar: een medisch student van het derde
—, hij is van een — ouder dan ik.

© Een jaar is de tijd die de aarde nodig heeft om haar baan om de zon af te leggen, d.i. dus de tijd, waarin de zon de ecliptica doorloopt en eenmaal de afwisseling der jaargetijden plaats heeft (zonnejaar). Te onderscheiden zijn: het siderische jaar, de tijd, die de zon besteedt om op de ecliptica hetzelfde vaste punt weer te bereiken. Dit is de ware omloopstijd van de aarde in haar baan. Het siderische jaar is zo goed als constant en bevat 365,25636 middelbare dagen (365 dagen, 6 uur, 9 min, 9 s). Het tropisch jaar, de tijd die de zon nodig heeft om van -»lentepunt tot lentepunt te komen.

Het jaar heeft in een aantal godsdiensten religieuze betekenis. In het oude India werd het gelijkgesteld met een bepaalde verschijningsvorm van -»-Agni, de god van het vuur. Met name het begin en het einde van het jaar gelden vaak als heilige tijden, -»nieuwjaarsdag.