Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Gepubliceerd op 27-06-2020

handelen

betekenis & definitie

(handelde, heeft gehandeld),

1. aanvatten om er iets mee te doen; thans alleen nog van onstoff. zaken in de zin van behandelen, erover schrijven of spreken: de lezing zal over een onderwerp uit de sterrenkunde; overdr. met een geschrift als ond.: waarover handelt dat boek?;
2. (van personen) op een bep. wijze met daden of woorden bejegenen: vriendelijk, eerlijk, bedriegelijk met iemand —;
3. in een zaak of geval te werk gaan als ..., of verrichten wat in een bep. wordt genoemd: hij weet niet hoe hij — zal; naar eigen goedvinden —; in drift, uit wraak -; in strijd met iets —; goed, verkeerd -; in iemands geest, op iemands last —; te goeder trouw, uit noodweer -; ik zal naar plicht en geweten —; vrijheid van hebben; (in het bijzonder) een daad of daden verrichten, werkzaam zijn, niet blijven toezien: er moet gehandeld worden, er moet iets gedaan worden; handelend optreden, met daden, metterdaad optreden;
4. zich gedragen: verstandig —; 5. (toneel) de handelende personen, de personen die in de gebeurtenissen van het stuk optreden, de spelers; 6. handeldrijven, goederen kopen en verkopen: hij handelt in fruit; onze firma handelt vooral op Engeland.