Nico M. van Straalen

Em. Professor of Animal Ecology

Gepubliceerd op 12-11-2019

2019-11-12

Zygote

betekenis & definitie

Bevruchte eicel; eerste eencellige diploïde stadium waarmee de embryonale ontwikkeling begint

Bij de bevruchting wordt het paternale DNA van de spermacel in de eicel opgenomen waarna onmiddellijk een reactie optreedt die voorkomt dat andere spermiën de eicel kunnen binnendringen. Het cytoplasma van de spermacel dringt niet door tot de oöcyt. Het cytoplasma van de zygote, inclusief de mitochondriën, is voor 100% afkomstig van de moeder. Het DNA in de mitochondriën volgt dus – zonder recombinatie – de vrouwelijke lijn, een situatie waarvan gebruik gemaakt wordt in coalescentie-analyses, die o.a. ten grondslag lagen aan de eerste “Out of Africa”-theorie over de oorsprong van Homo sapiens.

Meestal wordt de laatste celdeling van de meiose pas uitgevoerd na de bevruchting. De kleine dochtercel komt tevoorschijn als poollichaampje. Pas vanaf dat moment is de zygote diploïd.

De bevruchting initieert ook de klievingen van de embryonale ontwikkeling. Deze leiden tot een klompje cellen, de morula, waarna de cellen zich aan de rand rangschikken en in hun midden een met vocht gevulde ruimte vrijlaten, het blastocoel. Dit stadium heet blastula of blastocyst. Bij zoogdieren is de blastocyst het stadium dat zich innestelt in de baarmoederwand.

Omdat de zygote de overgang markeert van haploïde gameten naar een diploïd embryo is het ook een belangrijke markering voor reproductieve selectieprocessen. De reproductieve barrière tussen soorten kan prezygotisch zijn (voorkomen dat een zygote gevormd wordt) of postzygotisch (de zygote ontwikkelt niet of leidt tot een steriele nakomeling). Cryptische vrouwelijke voorkeur kan prezygotisch zijn (selectie van sperma) of postzygotisch (selectieve abortus van embryo’s).

Ook de bevruchte eicel van planten en schimmels wordt zygote genoemd.

Bronvermelding