Nico M. van Straalen

Em. Professor of Animal Ecology

Gepubliceerd op 03-07-2020

2020-07-03

Epiblast

betekenis & definitie

Groep cellen in het vroege zoogdierembryo na innesteling van de blastocyst in de baarmoederwand, waaruit eerst het amnion ontstaat en na de gastrulatie ook het embryo

In de vroege embryonale ontwikkeling van zoogdieren ontstaat door voortgaande celdelingen uit de bevruchte eicel op een gegeven moment een blaasvormige structuur, de blastula, waarin zich een holte bevindt, het blastocoel. Aan één zijde van de blastula ligt een grotere klomp cellen, de zogenaamde inwendige celmassa. Het blastocoel wordt omgeven door een laag kleinere cellen, de trophoblast. Dit stadium, ook genoemd blastocyst, nestelt zich in de wand van de baarmoeder (endometrium). De trophoblast gaat de placenta maken. De inwendige celmassa differentieert in twee op elkaar liggende cellagen, de hypoblast en de epiblast. De epiblast bestaat uit kolomvormige epitheelcellen.

De dorsale cellen van de epiblast gaan sterk delen en vormen een holle uitstulping, die de vorm krijgt van een blaas, het begin van het amnion, dat later om het embryo groeit. Aan de andere zijde liggen de epiblastcellen tegen die van de hypoblast; dit gedeelte heet de tweelagige (bilaminaire) embryoschijf. In de embryoschijf ontstaat vervolgens de lichaamsas. Daarbij zijn signalen vanuit de hypoblast belangrijk, die ondertussen aan de ventrale zijde van de embryoschijf de dooierzak gevormd heeft (zie het lemma over de hypoblast).

De lichaamsas van de epiblast heeft de vorm van een overlangse verdikte lijn, de primitiefstreek, waarlangs cellen naar binnen vloeien. Dit is de gastrulatie die leidt tot een differentiatie van de epiblast in twee kiembladen, het endoderm en het ectoderm. Daartussen ontstaat ook spoedig het mesoderm. Een deel van de endoderm- en mesodermcellen migreert in de dooierzak en vervangt de hypoblastcellen. Uit de drie kiembladen ontwikkelt zich vervolgens het embryo.

Bronvermelding