Nico M. van Straalen

Em. Professor of Animal Ecology

Gepubliceerd op 22-12-2019

Coeloom

betekenis & definitie

Secundaire lichaamsholte, in het embryo gevormd vanuit het middelste kiemblad, het mesoderm

Het coeloom (uit te spreken als “seuloom”) is in ons lichaam herkenbaar als de borst- en buikholte, waarin alle inwendige organen liggen. De lichaamsholte wordt bekleed door een vlies, het borstvlies (pleura) en buikvlies (peritoneum); dit vlies bedekt ook de organen, zodat die als het ware “opgehangen” zijn in de borst- en buikholte en er tussen het orgaan en de buitenwand van de lichaamsholte een met vocht gevulde ruimte is.

Het coeloom wordt secundaire lichaamsholte genoemd ter onderscheiding van de primaire lichaamsholte, het blastocoel. Bij de gastrulatie wordt het blastocoel verdrongen door het coeloom, behalve bij sommige ongewervelde dieren (m.n. weekdieren en geleedpotigen) waarbij coeloom en blastocoel versmelten. Deze dieren hebben een open bloedsomloop waarbij het bloed en de lymfe vrijelijk door de lichaamsholte vloeien, die dan haemocoel genoemd wordt.

Er zijn ook dieren die geen coeloom hebben. Bij platwormen is de ruimte tussen endoderm en ectoderm gevuld met losse mesodermcellen die geen holte vormen.

De manier waarop het coeloom in de embryonale ontwikkeling gevormd wordt verschilt tussen de twee hoofdlijnen van het dierenrijk, Protostomia en Deuterostomia. Bij de Protostomia ontstaat het coeloom als een splijting in het mesoderm; men spreekt dan van een schizocoel. Bij Deuterostomia ontstaat het mesoderm als een afsnoering van het endoderm en is het coeloom dus afgeleid van de darm; men spreekt dan van enterocoel. Hoewel deze twee manieren van coeloomvorming bij sommige modeldieren goed te zien zijn wordt tegenwoordig de ontwikkeling van de lichaamsassen gezien als fundamenteler voor het onderscheid tussen Protostomia en Deuterostomia.

Bronvermelding