Anagenese betekenis & definitie

Wijze van evolutie waarbij een soort zich in doorgaande lijn ontwikkelt uit een voorouderlijke soort

Als een evolutionaire lijn zich ontwikkelt via anagenese leeft er op elk moment in de evolutionaire geschiedenis van die lijn maar één soort. Het wordt ook wel “fyletische evolutie” genoemd. Anagenese staat tegenover cladogenese (evolutie via vertakkingen). Toegepast op de evolutie van de mens impliceert het anagenetische model dat de verschillende mensachtigen in een rechte lijn achter elkaar te plaatsen zijn: van Australopithecus naar Homo habilis, vervolgens via Homo erectus naar Homo sapiens.

Volgens dezelfde opvatting kan de neanderthaler niet anders zijn dan een voorouderlijke vorm van Homo sapiens. Dit was ook de mening van de eerste evolutiebiologen zoals Thomas Huxley, een opvatting die onder invloed van de Duits-Amerikaanse evolutiebioloog Ernst Mayr nog stand gehouden heeft tot in de jaren zestig van de vorige eeuw. Maar toen men meer en meer fossielen vond van ongeveer dezelfde leeftijd bleek dat standpunt niet houdbaar. Nu weten we dat de neanderthaler geen voorouder is van H. sapiens, maar een zustersoort. H. sapiens en de neanderthaler stammen beide af van Homo heidelbergensis, die zich splitste in een noordelijke vorm (neanderthaler) en een Afrikaanse vorm (H. sapiens).

Toch kan anagenese niet helemaal uitgesloten worden, vooral niet in de vroege evolutie van de homininen. De Amerikaanse paleontoloog Tim White heeft laten zien dat het ontstaan van Australopithecus uit Ardipithecus, tussen 5 en 3 miljoen jaar geleden, goed beschreven kan worden als een anagenetisch proces. Er leefden toen geen andere soorten en er zijn allerlei geleidelijke overgangen te zien tussen de fossielen van deze twee vroege homininen.

Laatst bijgewerkt 05-03-2019