Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

Gepubliceerd op 14-11-2017

weten

betekenis & definitie

weten - onregelmatig werkwoord
uitspraak: we-ten

1. ervan op de hoogte zijn
♢ weet jij waar Istanboel ligt?
1. het te weten komen
[het horen of lezen]
2. voor je het weet ....
[voor je er erg in hebt]
3. wie weet!
[het zou best kunnen]
4. ik weet er niets vanaf
[ik ben onschuldig]
5. hij weet altijd alles beter
[is eigenwijs]
6. ergens weet van hebben
[ervan op de hoogte zijn]
2. erin slagen
♢ hij wist te ontsnappen
1. er weet van hebben
[het weten]

Algemene uitdrukkingen:
1. zij weet er wel iets op
[zij weet een oplossing voor het probleem]
Onregelmatig werkwoord: we-ten
ik weet
jij/u weet
hij/zij weet
wij/zij/jullie weten
ik/jij/u/hij/zij wist
wij/zij/jullie wisten
hij heeft geweten
wetend, wetende

Synoniemen
kennen