Muiswerk

Woordenboek van Muiswerk Educatief

Gepubliceerd op 14-11-2017

2017-11-14

ziek

betekenis & definitie

ziek - bijvoeglijk naamwoord

1. je naar voelen omdat er iets met je lichaam niet in orde is
♢ hij ligt in bed, hij is ziek
1. zo ziek als een hond
[erg ziek]
2. ik word er ziek van
[ik heb er schoon genoeg van]
3. je ziek lachen
[heel erg lachen]
4. altijd ziek of onderweg zijn
[altijd iets mankeren]
2. misselijk makend
♢ wat een zieke sfeer heerste daar!

Bijvoeglijk naamwoord: ziek
... is zieker dan ...
het ziekst
de/het zieke ...
iets zieks

Synoniemen
beroerd

Tegenstellingen
gezond, goed