vervuilen betekenis & definitie

vervuilen - regelmatig werkwoord
uitspraak: ver-vui-len

1. het vuil maken
♢ het water in de grachten is ernstig vervuild

Regelmatig werkwoord: ver-vui-len
ik vervuil
jij/u vervuilt
hij/zij vervuilt
wij/zij/jullie vervuilen
ik/jij/u/hij/zij vervuilde
wij/zij/jullie vervuilden
hij heeft vervuild
de/het/een vervuilde ....
vervuilend, vervuilende

Synoniemen
verontreinigen

Tegenstellingen
louteren, zuiveren