zuiveren betekenis & definitie

zuiveren - regelmatig werkwoord
uitspraak: zui-ve-ren

1. er allerlei vieze stoffen uit halen
ons drinkwater is gezuiverd

Regelmatig werkwoord: zui-ve-ren
ik zuiver
jij/u zuivert
hij/zij zuivert
wij/zij/jullie zuiveren
ik/jij/u/hij/zij zuiverde
wij/zij/jullie zuiverden
hij heeft gezuiverd
de/het/een gezuiverde ....
zuiverend, zuiverende

Synoniemen
louteren

Tegenstellingen
verontreinigen, vervuilen

Gepubliceerd op 14-11-2017