Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

Gepubliceerd op 30-11-2017

vers

betekenis & definitie

vers - bijvoeglijk naamwoord, zelfstandig naamwoord

1. niet lang geleden gemaakt of gebeurd
♢ hij geeft een verse reactie in dat artikel
1. wat nog vers in het geheugen ligt
[pas gebeurd is]
2. vers van de pers
[zojuist verschenen]
3. die wond is nog vers
[het pijnlijke is pas geleden gebeurd]
2. pas gegroeid, geslacht, geplukt, enzovoort
♢ deze melk is vers, kijk maar naar de datum

1. deel van een lied
♢ we zingen het eerste vers
2. tekst waarvan elk woord belangrijk is, vaak met rijm
♢ hij had een vers voor Sinterklaas gemaakt

Bijvoeglijk naamwoord: vers
... is verser dan ...
het verst
de/het verse ...

Synoniemen
fris, recent

Tegenstellingen
muf

Zelfstandig naamwoord: vers
het vers
de verzen
het versje

Synoniemen
gedicht