Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

Gepubliceerd op 14-11-2017

lang

betekenis & definitie

lang - bijvoeglijk naamwoord

1. met een grote lengte
mijn broer is erg lang
1. de dames gaan in het lang
[in een lange jurk]
2. iets op de lange baan schuiven
[het telkens uitstellen]
3. op de lange duur
[over een lange tijd gezien]
4. aan het langste eind trekken
[het uiteindelijk winnen]
5. een lang gezicht trekken
[laten blijken dat je teleurgesteld bent]
6. de lange latten
[ski's]
7. lange tenen hebben
[snel beledigd zijn]
8. lange vingers hebben
[stelen]
2. met een bepaalde lengte
♢ hij is wel twee meter lang
1. het is zo lang als het breed is
[het komt op hetzelfde neer]
3. wat een hele tijd duurt
♢ we hebben lang gepraat
1. we hebben er lang en breed over gesproken
[heel uitvoerig]
2. hij zal het niet lang meer maken
[hij leeft nog maar kort]
3. ze heeft erg lang werk
[ze doet er een hele tijd over]
4. werk je daar al lang?
[al een tijd?]
5. een lange adem hebben
[iets lange tijd volhouden]
6. een zaak van lange adem
[die lange tijd blijft bestaan]
7. hoe langer hoe beter
[steeds beter]
8. al lang en breed
[al lang]
9. eerlijk duurt het langst
[met bedrog kom je niet ver]
10. lang geleden
[ver in het verleden]
11. we kennen elkaar langer dan vandaag
[om aan te geven dat je iemands gedrag goed kunt beoordelen]
12. van zijn lang zal z'n leven niet
[absoluut nooit]
13. hij zal het niet lang meer maken
[zal spoedig sterven]
14. lang van stof zijn
[altijd veel woorden nodig hebben]
15. dan kun je lang wachten
[spottend commentaar als iemand vergeefs ergens op wacht]
16. een lang weekend
[waar de maandag en/of de vrijdag bij betrokken is]
17. ergens lang werk mee hebben
[niet opschieten]
4. met een bepaalde tijd
♢ een schooljaar lang heeft hij gespijbeld
1. iets niet langer doen
[het niet meer doen]

Algemene uitdrukkingen:
1. dat is lang niet slecht
[behoorlijk goed]
2. ten langen leste
[eindelijk]
3. met lange tanden eten
[met tegenzin]
Bijvoeglijk naamwoord: lang
... is langer dan ...
het langst
de/het lange ...
iets langs

Tegenstellingen
kort