Wat is de betekenis van Vers?

2020
2022-01-21
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2020.

vers

(2006) (jeugd) leuk, goed: 'Die film is vers.' • (Prisma miniwoordenboek 'Drop your lyrics'. 2006)

Lees verder
2019
2022-01-21
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

vers

vers - Bijvoeglijk naamwoord 1. nieuw, net gemaakt, recent Deze krant is vers van de pers. 2. niet ingeblikt, niet diepgevroren Dit is verse vis met verse groenten. vers - Bijvoeglijk naamwoord 1. paritief van de stellende trap van ver...

Lees verder
2018
2022-01-21
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

vers

vers - bijvoeglijk naamwoord, zelfstandig naamwoord 1. niet lang geleden gemaakt of gebeurd ♢ hij geeft een verse reactie in dat artikel 1. wat nog vers in het geheugen ligt [pas gebeurd is] ...

Lees verder
2017
2022-01-21
Poetry International Rotterdam

Poezië en taal begrippen

Vers

Een vers is één regel van een gedicht, die typografisch als versregel herkenbaar is doordat hij niet, zoals de prozaregel, de hele breedte van de bladspiegel inneemt.

2016
2022-01-21
Culinair van a tot z

Culinair van a tot z

vers

Uitdrukking voor: a. Rauw b. Pas geslacht c. Niet oud d. Nieuw ​

Lees verder
2000
2022-01-21
Bijbels Lexicon

Door Karina van Dalen-Oskam & Marijke Mooijaart

Vers

Titel met hoofdstuk- en versnummer, bijvoorbeeld Regeerakkoord 18, vers 4 (zie hieronder), verwijzing in de vorm van een verwijzing naar een bijbeltekst, gebruikt als men de onfeilbaarheid of het belang van een tekst wil benadrukken. Dit is een parodie op het verwijzen naar een tekst in de bijbel. Het dikke boekwerk dat de bijbel is, is opgebouwd u...

Lees verder
1981
2022-01-21
Zelfstudie

Encyclopedie voor Zelfstudie

vers

1. één regel van een gedicht, versregel; 2. ook een heel gedicht wordt vaak in misprijzende zin een vers genoemd.

Lees verder
1973
2022-01-21
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

vers

bn. en bw. (-er, -t), 1. nieuw, fris, pas gegroeid, uitgekomen, pas geslacht, gevangen, gebakken, geplukt enz.: verse eieren; vlees; water, dat nog niet lang gestaan heeft; (ook) zoet water; verse sneeuw, pas gevallen; ook als tegenst. tot geconserveerd of diepvries; 2. nog niet lang geleden ontstaan of geschied: verse sporen van een dier; (fig.)...

Lees verder
1952
2022-01-21
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Vers

s.n., fers (it).

1950
2022-01-21
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Vers

bn. (-er, -t), 1. nieuw, fris, pas gegroeid, uitgekomen, pas geslacht, gevangen, gebakken, geplukt enz.: verse eieren; Vers vlees, verse vis, haring; verse groenten, vruchten ; verse oesters ; vers brood, bier ; vers water, dat nog niet lang gestaan heeft; verse sneeuw, pas gevallen ; verse lucht, frisse lucht, n...

Lees verder
1949
2022-01-21
De Kleine Winkler Prins

Kleine Winkler Prins van A-Z

Vers

(Lat. versus, rij, regel), in de dichtk. de metrische eenheid, gevormd door enige maten of voeten; van nature begrensd door de adempa.uze van degeen die voordraagt. In het alg.: gedicht van niet te grote omvang. Ook noemt men de onderdelen der hoofdstukken van de Bijbelboeken verzen.

Lees verder
1948
2022-01-21
Kramers woordentolk

Vreemde woorden, uitdrukkingen en afkortingen (1948)

vers

o. regel v. e. gedicht: (doorgaans:) verzenkoppeling, afdeling v. e. gedicht (couplet, strophe, s t a n z e): gedicht, dichtstuk.

Lees verder
1937
2022-01-21
Koenen

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

vers

I. o. verzen, versje (1 zeker aantal versvoeten, een versregel; 2 gedicht van kleinere omvang; 3 korte zinsnede, [genummerd] onderdeel van een hoofdstuk uit de Bijbelboeken): 1. de proloog van Gijsbr. v. Amstel telt 162 verzen; in verzen geschreven; 2. een verjaarvers; kind, leer het vers nu! de versjes van Heije; 3. hij las uit Lukas 10 het 21e ve...

Lees verder
1933
2022-01-21
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Vers

(philol.). De natuurlijke accentrhythmiek van de taal wordt in het vers door de hoogere bewogenheid van den dichter tot een uitgesproken regelmaat van vaste tegenstellingen versterkt en opgeheven. Eén stel van zulke tegenstellingen, op zich beschouwd, heet een versvoet, de kleinste rhythmische eenheid dus, die het vers bezit (vier-, vijfvoet...

Lees verder
1898
2022-01-21
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

VERS

VERS - o. (verzen), (in den bijbel) zinsnede uit een hoofdstuk : Lukas 6, vers 10 ; — dichtregel: berijmde en onberijmde verzen ; verzen die twee aan twee, om den anderen rijmen; staande, slepende verzen, op eene betoonde, toonlooze lettergreep eindigende ; Alexandrijnsche verzen ; — couplet; het eerste vers van het volkslied; gezang 1...

Lees verder
1870
2022-01-21
Winkler Prins 1870

Nederlandse encyclopedie

Vers

Vers (Een) noemt men in de eerste plaats een gedicht van kleinen omvang, — voorts een afzonderlijken regel van een gedicht, — wijders, vooral in het kerkgezang, een couplet, — en eindelijk de onderverdeeling der hoofdstukken in de boeken des Bijbels.