Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

Gepubliceerd op 14-11-2017

naamwoord

betekenis & definitie

naamwoord - zelfstandig naamwoord
uitspraak: naam-woord

1. woord dat zegt hoe je iets of iemand noemt of wat voor eigenschap hij heeft
♢ 'tafel' een 'groot' zijn naamwoorden
1. zelfstandig naamwoord
[woord waar je 'de' of 'het' voor kunt zetten, en dat een mens, een dier of een abstact of concreet ding noemt (substantief)]
2. bijvoeglijk naamwoord
[woord of woordgroep die een kenmerk of eigenschap noemt van een zelfstandig naamwoord (attributief)]
3. stoffelijk bijvoeglijk naamwoord
[woord dat aangeeft van wat voor stof iets gemaakt is, bijv.: gouden, zilveren, houten]

Zelfstandig naamwoord: naam-woord
het naamwoord
de naamwoorden
het naamwoordje