Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

Gepubliceerd op 14-11-2017

vastpakken

betekenis & definitie

vastpakken - regelmatig werkwoord
uitspraak: vast-pak-ken

1. met vingers, handen, tanden, etc. vastnemen
hij pakte de winkeldief vast en belde de politie

Regelmatig werkwoord: vast-pak-ken
ik pak vast (... ik vastpak)
jij/u pakt vast (... jij vastpakt)
hij/zij pakt vast (... hij vastpakt)
wij/zij/jullie pakken vast (... wij vastpakken)
ik/jij/u/hij/zij pakte vast (... ik vastpakte)
wij/zij/jullie pakten vast (... wij vastpakten)
hij heeft vastgepakt
de/het/een vastgepakte ....
vastpakkend, vastpakkende

Synoniemen
beetpakken