vader betekenis & definitie

vader - zelfstandig naamwoord
uitspraak: va-der

1. man die een of meer kinderen heeft
mijn vader heeft drie zoons
1. zo vader zo zoon
[een zoon lijkt op zijn vader]
2. hij is de geestelijke vader van dat plan
[hij heeft het bedacht]

Zelfstandig naamwoord: va-der
de vader
de vaders
het vadertje

Synoniemen
ouwe, pa, pap, papa, paps

Tegenstellingen
ma, mam, mama, mamma, moeder