Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

Gepubliceerd op 14-11-2017

uitschakelen

betekenis & definitie

uitschakelen - regelmatig werkwoord
uitspraak: uit-scha-ke-len

1. de knop omzetten zodat het niet meer werkt
♢ hij schakelde het televisietoestel uit

Regelmatig werkwoord: uit-scha-ke-len
ik schakel uit (... ik uitschakel)
jij/u schakelt uit (... jij uitschakelt)
hij/zij schakelt uit (... hij uitschakelt)
wij/zij/jullie schakelen uit (... wij uitschakelen)
ik/jij/u/hij/zij schakelde uit (... ik uitschakelde)
wij/zij/jullie schakelden uit (... wij uitschakelden)
hij heeft uitgeschakeld
de/het/een uitgeschakelde ....
uitschakelend, uitschakelende

Synoniemen
afdraaien, afzetten, uitdoen, uitdraaien, uitknippen, uitzetten

Tegenstellingen
aanzetten, inschakelen