Wat is de betekenis van uitschakelen?

2022
2022-12-07
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2022.

uitschakelen

(1938) (euf.) iemand doden. In deze betekenis niet opgenomen in het WNT. Vnl. een militaire term. Uitschakelen is een redelijk vage term omdat het ook kan slaan op het uitschakelen van machines, wapens enzovoort. Wanneer het woord gebruikt wordt met betrekking tot personen krijg je bovendien de suggestie dat de daad eerder tijdelijke dan definitiev...

Lees verder
2019
2022-12-07
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

uitschakelen

uitschakelen - Werkwoord 1. (ov) buiten competitie stellen Onze ploeg werd pas in de finale uitgeschakeld. 2. (ov) door andere schakeling deactiveren Het toestel was al uitgeschakeld. Woordherkomst samenstelling van uit(bijwoord) en sc...

Lees verder
2018
2022-12-07
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

uitschakelen

uitschakelen - regelmatig werkwoord uitspraak: uit-scha-ke-len 1. de knop omzetten zodat het niet meer werkt ♢ hij schakelde het televisietoestel uit Regelmatig werkwoord: uit-scha-ke-len ik schakel uit (... ik ui...

Lees verder
2004
2022-12-07
Woordenboek van Eufemismen

Marc De Coster

uitschakelen

Doden. Voornamelijk een militaire term. Uitschakelen is een redelijk vage term omdat het ook kan slaan op het uitschakelen van machines, wapens enzovoort. Wanneer het woord gebruikt wordt met betrekking tot personen krijg je bovendien de suggestie dat de daad eerder tijdelijke dan definitieve gevolgen (de dood) heeft. Een synoniem is elimineren*. A...

Lees verder
1973
2022-12-07
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Uitschakelen

(schakelde uit, heeft uitgeschakeld), 1. door verstellen van een schakelaar onderbreken, resp. buiten werking stellen: een toestel uitschakelen; 2. (fig.) in een positie brengen waardoor het object niet meer werken kan, elimineren: een vijand uitschakelen.

Lees verder
1952
2022-12-07
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Uitschakelen

v., útskeakelje.

1950
2022-12-07
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Uitschakelen

(schakelde uit, heeft uitgeschakeld), 1. (eig.) door schakeling, door het verstellen van een schakelaar onderbreken, resp. buiten werking stellen : de stroom, het licht, een toestel uitschakelen; 2. (fig.) in een positie of toestand brengen waardoor het object niet meer werken, niet meer meedoen kan : dat gevaar is daarmee uitgeschakeld...

Lees verder
1937
2022-12-07
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

uitschakelen

schakelde uit, h. uitgeschakeld (één of meer schakels losmaken en verwijderen; electr. buiten de elektrische stroom brengen): van een te lange ketting enige schalmen uitschakelen; fig. de politieke zijde van een vraagstuk uitschakelen, beter: terzijde schuiven, stellen; rechtst. België: uitschakelen van geschriften, het doen verd...

Lees verder
1930
2022-12-07
Jozef Verschueren

Modern Woordenboek (1930-1961)

uitschakelen

(schakelde uit, heeft uitgeschakeld) 1. een of meer schakels verwijderen : van een te lange ketting enige schalmen -. 2. de elektrische stroom verbreken. 3. buiten de elektrische stroom brengen : schakel die lampenrij uit. 4. doen wegvallen : een artikel uit een wetsontwerp -. 5. ter zijde stellen : de politieke zijde van een vraagstuk -.

Lees verder
1898
2022-12-07
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

UITSCHAKELEN

UITSCHAKELEN - (schakelde uit, heeft uitgeschakeld), enkele schakels losmaken en verwijderen (om een ketting korter te maken); (electr.) buiten den electrischen stroom brengen; (fig.) Burg. en Weth. worden hierdoor uitgeschakeld, hebben er verder geen invloed op; het liberalisme zal niet worden uitgeschakeld, daarmee zal men rekening moeten blijven...

Lees verder