Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

Gepubliceerd op 14-11-2017

2017-11-14

sloot

betekenis & definitie

sloot - zelfstandig naamwoord

1. smal water om of tussen weilanden
durf jij over deze sloot te springen?
1. hij loopt niet in zeven sloten tegelijk
[hij kan zichzelf goed redden]
2. met de hakken over de sloot
[op het nippertje]
3. oude koeien uit de sloot halen
[praten over dingen die niet belangrijk meer zijn]
4. iemand van de wal in de sloot helpen
[hem zo helpen dat hij slechter af is]
2. grote hoeveelheid vloeistof
♢ ik heb vandaag al een sloot thee gedronken

Zelfstandig naamwoord: sloot
de sloot
de sloten
het slootje