Wat is de betekenis van Sloot?

2017
2020-10-30
Matrozen en mariniers

Jargon & Slang van Matrozen en mariniers

Sloot

Sloot - een der vele termen om de zee mee aan te duiden. Vgl. Eng. the ditch. Zie ook kikkersloot , plons.

2016
2020-10-30
Hoogheemraadschap van Rijnland

Begrippenlijst van Hoogheemraadschap van Rijnland.

Sloot

Een natuurlijke of gegraven sleuf die dient voor de aan- en afvoer van water.

2016
2020-10-30
Redactie Ensie

Schrijver op Ensie

Sloot

Een sloot is een natuurlijke of gegraven sleuf die dient voor de aan- en afvoer van water. Sloten bevinden zich op een plek waar regenwater samenstroomt, zodat dit water gezamenlijk kan worden afgevoerd om wateroverlast te voorkomen. Een sloot is onderdeel van de waterhuishoudkundige infrastructuur. Dit is het totaal aan activiteiten om het grond-...

Lees verder
1998
2020-10-30
drs. Toine van Hoof

AUTEUR VAN HET BRIDGE WOORDENBOEK - "BRIDGE OPZOEKBOEK" (UITGAVE 1998)

sloot

Grote hoeveelheid. In uitdrukkingen als ‘een sloot punten’ en ‘een sloot klaveren’.

1997
2020-10-30
Vloeken

Prof. dr. P.G.J. van Sterkenburg: Vloeken, een cultuurbepaalde reactie op woede, irritatie en frustratie (SDU, 2001).

sloot

In Amsterdam kent men als variant van het verwensingsversje watje zegt, ben je zelf// met je kop door de helft,// met je kop door de muur,// ben je morgen lekker zuur de volgende tekst: watje zegt, ben je zelf,// met je kop door de helft// met je kop in de sloot,// ben je morgen lekker dood. In de tweede en derde regel zie ik elliptis...

Lees verder
1994
2020-10-30
Muiswerk

Woordenboek van Muiswerk Educatief

sloot

sloot - zelfstandig naamwoord 1. smal water om of tussen weilanden ♢ durf jij over deze sloot te springen? 1. hij loopt niet in zeven sloten tegelijk [hij kan zichzelf goed redden] ...

Lees verder
1990
2020-10-30
Art & Architecture Thesaurus

Art & Architecture Thesaurus

sloot

sloot - Lange smalle uitgravingen die in de aarde zijn gegraven voor verdediging, drainage of irrigatie.

1916
2020-10-30
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Sloot

Sloot - 1) zie GRACHT. 2) N. Marie Chr., Nederl. letterk., geb. 1853 te Semarang, kwam in 1871 naar Holland en schreef onder het ps. Melati van Java vele romans, waarvan er vele in Indië spelen. Genoemd worden hier: De Jonkvrouwe van Groenerode (1874), De Familie van den Resident (1875), Fernand (1878), Van Slaaf tot Vorst (hist. rom., 1888), In Ex...

Lees verder
1898
2020-10-30
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

SLOOT

SLOOT - v. (-en), gegraven waterscheiding, smaller dan eene gracht en breeder dan eene greppel, om het overtollige water af te voeren : eene sloot graven, schieten: eene sloot uitdiepen; eene sloot dempen; over eene sloot springen; in de sloot vallen; — (fig.) van den wal in de sloot vallen, van kwaad tot erger, van den regen in den drop kome...

Lees verder