SLOOT
v. (sloten), 1. gegraven water, smaller dan een gracht en breder dan een greppel, als afscheiding of om overtollig water af te voeren: een sloot graven, schieten; een sloot uitdiepen, dempen; over een sloot springen; in de sloot vallen; — (zegsw.) van de wal in de sloot raken, van kwaad tot erger, van de regen in d...