Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

Gepubliceerd op 14-11-2017

listig

betekenis & definitie

listig - bijvoeglijk naamwoord
uitspraak: lis-tig

1. wie zijn slimheid alleen gebruikt om er beter van te worden
♢ het geld was listig verborgen

Bijvoeglijk naamwoord: lis-tig
... is listiger dan ...
het listigst
de/het listige ...
iets listigs

Synoniemen
geslepen, sluw