Listig
bn. bw. (-er, -st), 1. fijn vernuft gebruikend of wetende te gebruiken om een doel te bereiken, bep. door misleiding: zij zijn listig van aard; — (bw.) iets listig uitvorsen; — van fijn vernuft getuigend; een list vormend: een listige streek; 2. (ongunst.) bedrieglijk : listige foefjes ; een listig gespann...