Wat is de betekenis van Listig?

2019
2021-10-28
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

listig

listig - Bijvoeglijk naamwoord 1. in staat en bereid om iemand te misleiden Een listige danser bestal afgelopen nacht een 21-jarige Brusselaar in de Zeelstraat Woordherkomst afgeleid van list met het achtervoegsel -ig Synoniemen doortrapt, gewiekst, slim, uitgeslapen

Lees verder
2018
2021-10-28
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

listig

listig - bijvoeglijk naamwoord uitspraak: lis-tig 1. wie zijn slimheid alleen gebruikt om er beter van te worden ♢ het geld was listig verborgen Bijvoeglijk naamwoord: lis-tig ... is listiger dan ... ...

Lees verder
1973
2021-10-28
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

listig

bn. en bw. (-er, -st), 1. fijn vernuft gebruikend of wetende te gebruiken om een doel te bereiken, m.n. door misleiding: zij zijn van aard; (bw.) iets uitvorsen; van fijn vernuft getuigend; 2. (ongunstig) bedrieglijk: listige foefjes; een — gespannen strik.

1952
2021-10-28
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Listig

adj. & adv., slûchslim, listich, skarlunich, fyn ynlein, liep, lúmsk lúnsk, raensk.

1950
2021-10-28
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Listig

bn. bw. (-er, -st), 1. fijn vernuft gebruikend of wetende te gebruiken om een doel te bereiken, bep. door misleiding: zij zijn listig van aard; — (bw.) iets listig uitvorsen; — van fijn vernuft getuigend; een list vormend: een listige streek; 2. (ongunst.) bedrieglijk : listige foefjes ; een listig gespann...

Lees verder
1898
2021-10-28
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Listig

Listig bn. bw. (-er, -st), list bezittende of gebruikende; loos, geslepen, doortrapt: een listig mensch; de goddelooze bedenkt listige aanslagen; wij moeten dat listig aanleggen. LISTIGHEID, v.

1898
2021-10-28
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Listig

zie Arglistig.