kust betekenis & definitie

kust - zelfstandig naamwoord

1. strook land langs de zee, grens tussen land en zee
♢ Zandvoort ligt aan de kust
1. te kust en te keur
[in overvloed, voor het kiezen]
2. de kust is vrij/ veilig
[je kunt erlangs of erdoor]
3. er zijn kapers op de kust
[anderen willen hetzelfde]

Algemene uitdrukkingen:
1. te kust en te keur
[voor het kiezen, zoveel als je wilt]
Zelfstandig naamwoord: kust
de kust
de kusten
het kustje