Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

Gepubliceerd op 14-11-2017

krijgen

betekenis & definitie

krijgen - onregelmatig werkwoord
uitspraak: krij-gen

1. in het bezit ervan komen
ik kreeg een fiets van Johan
1. slaap krijgen
[slaperig worden]
2. ik krijg hem nog wel!
[ik zal wraak nemen]
3. er erg in krijgen
[begrijpen hoe het zit]
4. het aan de gang krijgen
[laten werken]
5. er genoeg van krijgen
[het niet meer willen]
6. een kind krijgen
[bevallen]
7. op je kop krijgen
[horen dat het niet meer mag gebeuren]
8. het warm krijgen
[je warm voelen]

Onregelmatig werkwoord: krij-gen
ik krijg
jij/u krijgt
hij/zij krijgt
wij/zij/jullie krijgen
ik/jij/u/hij/zij kreeg
wij/zij/jullie kregen
hij heeft gekregen
de/het/een gekregen ....
krijgend, krijgende

Synoniemen
binnenkrijgen, incasseren, ontvangen, verkrijgen

Tegenstellingen
wegbrengen