Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

Gepubliceerd op 14-11-2017

kloot

betekenis & definitie

kloot - zelfstandig naamwoord

1. rond voorwerp voor spel en sport
♢ in Twente doen ze aan klootschieten
2. mannelijke geslachtsklier die de zaadcellen maakt en opslaat
♢ hij kreeg een schop tegen zijn kloten (grove uitdrukking)
1. met de kloten voor het blok zitten
[in een situatie zijn waaraan niets meer te veranderen is]

Zelfstandig naamwoord: kloot
de kloot
de kloten
het klootje

Synoniemen
bal, teelbal, testikel, zaadbal