Wat is de betekenis van Kloot?

2020
2022-05-20
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2020.

kloot

1) (16e eeuw) (doorgaans meerv.) (plat.) teelbal, testikel. Betekende oorspronkelijk (in het Middelnederlands, cloet): klomp, kluit, bol. Bij latere balspelen was het het normale woord voor speelbal (de term ‘klootschieten’ herinnert daar nog aan). In de tijd van Vondel werd het nog in hoogliteraire taal gebruikt, tegenwoordig wordt het...

Lees verder
2019
2022-05-20
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

kloot

kloot - Zelfstandignaamwoord 1. kluit, klomp, klont bijv. aardkloot 2. bal, kogel (-> klootschieten) 3. (vulgair) vervelende kerel 4. (vulgair) zaadbal, teelbal, testikel kloot - Werkwoord 1. enkelvoud tegenwoordige tijd van kloten 2. gebiedenwijs van kloten Synoniemen bal, bol, kogel

Lees verder
2018
2022-05-20
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

kloot

kloot - zelfstandig naamwoord 1. rond voorwerp voor spel en sport ♢ in Twente doen ze aan klootschieten 2. mannelijke geslachtsklier die de zaadcellen maakt en opslaat ♢ hij kreeg een schop tegen zijn kloten...

Lees verder
2017
2022-05-20
Leendert Brouwer

CBG|Familienamen

Kloot

In eerste instantie kan een verband gezocht worden met de betekenis van het woord kloot (mnl. cloot): bal, (wereld)bol, kluit, klomp. In pejoratieve zin was het woord eertijds al bekend ter aanduiding van een lummel of een lomperik en mogelijk zo ook als bijnaam op nakomelingen overgegaan (en vervolgens een familienaam geworden). Maar bij een groot...

Lees verder
2017
2022-05-20
Wielrenners

Jargon & Slang van Wielrenners

Kloot

Kloot - 'de kloten vol hebben': veel doping gebruikt hebben. Vgl. Fr. charger la mule. 'Met kapotte kloten op de fiets zitten': kapot, dood zitten. 'Z'n kloten afdraaien': hard werken, zich afbeulen. Vlaamse uitdr. In Nederland alleen in wielerterminologie.

2009
2022-05-20
Wielersportwoordenboek

Wielersportwoordenboek door Jan Luitzen ©

kloot

(de; kloten) AL spreektaal - teelbal; naar de kloten zijn, kapot zitten, zijn; zijn kloten afdraaien, zijn patatten afdraaien, zich afbeulen, diep (moeten) gaan, zich opofferen (voor een andere renner); hij zat met afgedraaide kloten op de fiets, hij zat helemaal stuk, erdoorheen; met iemands kloten spelen, of. iem. een kloot aftrekken of afdraaien...

Lees verder
2007
2022-05-20
Scheldwoordenboek

Geschreven door Marc de Coster © 2007

kloot

vervelende, saaie, onaangename vent. In oude kluchten wordt dit woord veelal in samenstellingen aangetroffen: een arme, domme, saaie enz. kloot. Kloot, (stud.), vervelend, onaangenaam of onbeduidend mensch. (Taco De Beer & Dr. E. Laurillard, Woordenschat, 1899) Ofwel zijt gij een geslepen leugeneer, ofwel zijt gij de onnoozelste kloot...

Lees verder
1998
2022-05-20
Woordenboek van populaire uitdrukkingen

Marc De Coster ©, 1998

Kloot

1. aan mijn kloten, daar denk ik niet aan; geen sprake van. Platte afwijzing. Vooral gehoord in Vlaanderen. 2. bij zijn kloten pakken, bij de kraag vatten. Bij de kloten hebben bet. ‘te grazen nemen; voor de gek houden’. Slanguitdr. Het drong tot me door dat ik mijn ouwe bij de kloten had. (A.F.Th. van der Heijden: Asbestemming. Een requiem, 1994)...

Lees verder
1997
2022-05-20
Vloeken

Prof. dr. P.G.J. van Sterkenburg: Vloeken, een cultuurbepaalde reactie op woede, irritatie en frustratie (SDU, 2001).

kloot

De verwensing dat hij naar de kloten loopt! geeft uitdrukking aan een wens of verlangen van de spreker. Je kunt van mijn part naar de kloten lopen drukt afkeer en minachting uit, getuige ook de betekenis ‘bekijk het maar, je kunt me wat’. Hetzelfde geldt voor kus(t) mijn kloten!; je kunt mijn kloten kussen! en voor...

Lees verder
1994
2022-05-20
Vreemde woorden

Woordenboek vreemde woorden

Kloot

[v. MNed. cloot = bol, kogel; vgl. aardkloot = wereldbol] (thans) 1 zaadbal; 2 (plat scheldwoord) beroerling (ook: klootzak e.d.); naar de kloten, stuk, naar de knoppen; klootjesvolk, minderwaardig volk.

Lees verder
1977
2022-05-20
Erotisch woordenboek

Hans Heestermans

kloot

kloot - teelbal; eig. ‘bal, bol’. Den Dief ter aerden smijtende, treckt hem met syn Beurs voort, ende en weet niet hoe dat hy hem beyde de clooten niet af en trock, Hist. oft Pracktycke d. Dieven 483 [1645]. Wanneer mijn lid in volle grootte zich als een muildierlid gaat stalen, betast mijn lief mijn beide kloten liever dan paternosterk...

Lees verder
1973
2022-05-20
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

kloot

m. (kloten), 1. (vero.) bol, bal, kogel: aard—, hemelkloot; 2. (scheepsterm) ronde knop op de toppen van de bramstengen, van schijfgaten voorzien, waardoor de vlaggelijnen geschoren worden; 3. teelbal, thans nog in platte uitdrukkingen als krachtterm: geen geen bal, niets; naar de kloten zijn, dood, verloren, kapot enz. zijn.

Lees verder
1971
2022-05-20
Watersport A-Z

Watersport A-Z, Kramer (1971)

Kloot

Kloot - 1. Afgeronde schijf boven op een mast geplaatst, veelal met een of twee ingelaten schijfjes voor vlaggelijnen. 2. Versiering boven scheerhout bij sommige ronde- en platbodemjachten. 3. Ronde houten kraal met een gat die om een rakband rolt. Deze rakband moet van zodanige diameter zijn, dat de kraal er zonder moeite omheen kan rollen, dit om...

Lees verder
1952
2022-05-20
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Kloot

s., kloat, bal, macht, kleat.

1950
2022-05-20
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Kloot

m. (kloten), 1. (veroud.) bol, bal, kogel; vgl. aard-, hemelkloot; 2. (gew.) langwerpig ronde bal of schijf die bij zeker spel over de grond wordt gerold : met de kloot schieten; — (fig.) de kloot rolt nog, de zaak is nog niet afgelopen ; 3. (scheepst.) ronde knop op de toppen der bramstengen, van schijfgaten voorzien,...

Lees verder
1949
2022-05-20
De Kleine Winkler Prins

Kleine Winkler Prins van A-Z

Kloot

verdikking in de top van een scheepsmast, die voorzien is van schijven voor vlaggelijnen.

1937
2022-05-20
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

kloot

m. kloten (bol, kogel); verg. wereldkloot.

1916
2022-05-20
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Kloot

Kloot - Een platte ronde houten schijf boven op den top van een mast of steng, waarin de donderpen is geschroefd. (Zie DONDERPEN). Is gewoonlijk voorzien van een paar schijfgaten met schijfjes voor vlaggelijnen.

1898
2022-05-20
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Kloot

KLOOT, m. (-en), (verouderend) massieve bol, kogel: aardkloot, hemelkloot; (gew.) een langwerpig ronde bal, die over den grond wordt gerold; (fig.) de kloot rolt nog, de zaak is nog niet afgeloopen; (scheepst.) ronde knop op de , toppen der bramstengen, van schijfgaten voorzien, waardoor de vlaggelijn geschoren wordt: kloot van den voortop, den g...

Lees verder