Kloot
m. (kloten), 1. (veroud.) bol, bal, kogel; vgl. aard-, hemelkloot; 2. (gew.) langwerpig ronde bal of schijf die bij zeker spel over de grond wordt gerold : met de kloot schieten; — (fig.) de kloot rolt nog, de zaak is nog niet afgelopen ; 3. (scheepst.) ronde knop op de toppen der bramstengen, van schijfgaten voorzien,...