Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

Gepubliceerd op 14-11-2017

kamp

betekenis & definitie

kamp - zelfstandig naamwoord

1. groep tenten, woonwagens of gebouwen
deze vluchtelingen zitten in een kamp
1. we gaan op kamp
[we nemen deel aan een vakantie voor jongeren]

Zelfstandig naamwoord: kamp
het kamp
de kampen
het kampje