Wat is de betekenis van Kamp?

2019
2022-05-16
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

kamp

kamp - Zelfstandignaamwoord 1. (n) een plaats waar een aantal troepen geruime tijd of permanent gehuisvest zijn. De militairen gingen na hun ronde terug naar het kamp. 2. (n) een kampeerplaats met een groep van bij elkaar horende tenten. We mochten...

Lees verder
2018
2022-05-16
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

kamp

kamp - zelfstandig naamwoord 1. groep tenten, woonwagens of gebouwen ♢ deze vluchtelingen zitten in een kamp 1. we gaan op kamp [we nemen deel aan een vakantie voor jongeren] Zelfstandig naamwoord...

Lees verder
2017
2022-05-16
Grieks-Romeinse Oudheid

XYZ van de Grieks-Romeinse Oudheid

Kamp

Kamp - Het door de soldaten aangelegde kamp op een versterkte legerplaats was een typische Romeinse creatie. De Grieken kenden deze vorm van versterkte legerplaats niet. In Homeros’ Ilias is er wel sprake van een kamp, gevormd door de schepen, die op de kust bij Troia werden getrokken en langs drie zijden een rechthoekige ruimte afsloten met...

Lees verder
2017
2022-05-16
Uit Oost en West

verklaring van 1000 woorden uit Nederlands-Indië

kamp

zie kampong.

Lees verder
2017
2022-05-16
Leendert Brouwer

CBG|Familienamen

Kamp

1. Patroniem. 2. Als Van de(r) Kamp.

Lees verder
1980
2022-05-16
Van aalmoes tot zwijntjesjager

Geschreven door Dr. E. Schröder, 1980

Kamp

Het Latijnse woord campus, waaraan via het Oudfranse camp ons woord kamp is ontleend, betekende: veld, vlakte en vandaar: bebouwd veld, akker. In namen als Koekamp en Kampen leeft deze betekenis nog voort. Maar campus betekende ook: worstelperk, strijdperk en vandaar dat kamp is gaan betekenen: strijd. Ook de samenstelling kampstrijd komt voor. Afg...

Lees verder
1973
2022-05-16
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

kamp

[→Lat. campus, veld], o. (-en), 1. legerplaats voor soldaten, zowel de plaats als de verzameling tenten of barakken enz. (e): een — betrekken; het —van Zeist; ook de soldaten, het leger in zo’n kamp: de oefeningen van het — bijwonen; 2. (fig.) de aanhangers van een partij of een stelsel als een legerkamp gedacht: er...

Lees verder
1954
2022-05-16
Agrarisch

Agrarisch Encyclopedie

Kamp

(1) Een oppervlakte landbouwgrond, een perceel, gescheiden gelegen van het omringende land. (2) In het bijzonder in de Veenkoloniën is k. de naam voor een rechthoekig, veelal nagenoeg vierkant perceel van 0,75-1,00 ha, waarvan een paar evenwijdige zijden met eern wijk,resp. een zwetsloot samenvallen, terwijl de beide andere door dwarssloten wo...

Lees verder
1952
2022-05-16
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Kamp

s.n., kamp (it).

1949
2022-05-16
De Kleine Winkler Prins

Kleine Winkler Prins van A-Z

Kamp

(Lat. campus, veld), inrichting tot tijdelijke huisvesting van troepen e.d. in het open veld, opgebouwd uit tenten of barakken.

1937
2022-05-16
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

kamp

I. o. kampen (1 leger, legerplaats in ’t open veld; 2 wijk; verblijfplaats, stadskwartier; min of meer ordelijke legering in het open veld in tenten, woonwagens b.v. van Zigeuners, padvinders enz.; 3 partij): 1 het kamp betrekken, het kamp v. Zeist; 2 het (of: de) Chinese kamp (misschien afkorting van kampoeng), wijk, waar de Chinezen wonen;...

Lees verder
1933
2022-05-16
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Kamp

of Altenkamp (in de Rijnprovincie) is de eerste Cisterciënscrabdij in Duitschland, dochterabdij van Morimond. Zij werd in 1112 te Altfeld gesticht, maar in 1150 overgeplaatst naar den Camperberg. Bijna alle N. Duitsche kloosters stammen van K. af. De abdij werd herhaaldelijk verwoest en herbouwd, tot zij in 1802 werd geseculariseerd en in 180...

Lees verder
1916
2022-05-16
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Kamp

Kamp - verblijfplaats voor troepen te velde, waarin dezen in tenten, of bij langer verblijf ter plaatse in hutten of barakken zijn ondergebracht. De tenten van eenzelfde compagnie, batterij of eskadron zijn met de ingangen geplaatst langs breede compagnies (eskadrons- of batterij-) straten. De ruimten tusschen de rugzijden van de tenten heeten bran...

Lees verder
1898
2022-05-16
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Kamp

Het begrip kamp heeft 4 verschillende betekenissen: 1. kamp - KAMP, o. leger, legerplaats; een kamp betrekken; het kamp van Zeist; de oefeningen van het kamp bij wonen; — (fig.) er ontstond oneenigheid in het liberale kamp, in de liberale partij; — (Ind.) wijk eener stad, waar Chineezen of andere vreemde Oosterlingen wonen: het Chinee...

Lees verder
1898
2022-05-16
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Kamp

zie Gevecht, zie Akker.

1870
2022-05-16
Winkler Prins 1870

Nederlandse encyclopedie

Kamp

Kamp (Een) noemt men eene vereeniging van troepen of ook de plaats, waar zulk eene vereeniging geschiedt. Zulk een kamp dient in tijd van oorlog om eene groote troepenmassa van verschillende wapens op één punt te verzamelen, ten einde met vereende magt een vijandelijken aanval af te slaan, of zelf eene beslissende operatie tegen den vijand te wagen...

Lees verder
1869
2022-05-16
Geographisch

Geographisch-woordenboek

Kamp

legerplaats, d. i, eene plaats te velde, waar eene zekere hoeveelheid troepen bijeen getrokken zijn; ook wel de aj^us bijeengetrokkene legermacht zelve. In vredestijd worden de troepen naar het K. gezonden, om zich in het bedrijf van den oorlog te oefenen; in oorlogstijd dient een K. om zeer spoedig eene slagvaardige strijdmacht in het veld te kunn...

Lees verder