Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

Gepubliceerd op 14-11-2017

groep

betekenis & definitie

groep - zelfstandig naamwoord

1. aantal mensen, dieren of dingen die bij elkaar horen
ik zag een groep mensen aankomen
1. gooi het maar in de groep
[vertel het maar, dan praten we er met zijn allen over]

Zelfstandig naamwoord: groep
de groep
de groepen
het groepje

Synoniemen
koppel